Advies 567: Aanbesteder weigert terecht wijziging honorariumpercentage in inschrijving

(19 februari 2020)
Publicatiedatum: 
vrijdag, 10 april 2020

Advies 567 | Samenvatting

De klacht ziet op een Europese niet-openbare aanbesteding van een overheidsopdracht voor ontwerp- en adviesdiensten met betrekking tot de bouw van installaties ten behoeve van de renovatie en restauratie van een museum.

Inschrijvers dienden in het inschrijfformulier een honorariumpercentage op te geven uitgaande van een taakstellend installatiebudget van ca. 35 miljoen euro. Bij de vierde Nota van Inlichtingen heeft de aanbesteder het budget waarvan bij de opgave van het honorariumpercentage moest worden uitgegaan gewijzigd naar ca. 25 miljoen euro.

De ondernemer heeft ingeschreven met een honorariumpercentage van 4,43% en daarbij tevens een bedrag van ruim 1,5 miljoen euro op het inschrijfformulier vermeld. Ondernemer erkent dat dit bedrag is gebaseerd op het oorspronkelijke taakstellend budget omdat hij bij zijn inschrijving geen rekening heeft gehouden met de hiervoor genoemde wijziging in de vierde Nota van Inlichtingen.

Omdat het door de ondernemer aangeboden percentage, berekend over het bedrag van het gewijzigde budget, in een ander bedrag resulteerde dan het bedrag dat ondernemer op het inschrijfformulier had vermeld, heeft de aanbesteder aan ondernemer om een toelichting gevraagd. De ondernemer heeft daarop meegedeeld dat hij heeft willen inschrijven voor het in het inschrijfformulier genoemde bedrag en aanbesteder verzocht om het bijbehorende honorariumpercentage te mogen wijzigen van 4,43% in 6,18%. Berekening van dat laatste percentage over het bedrag van het gewijzigde budget zou namelijk wel resulteren in het bedrag dat ondernemer op het inschrijfformulier had vermeld. Aanbesteder heeft dit verzoek van ondernemer echter geweigerd.

De ondernemer stelt in zijn klacht dat aanbesteder hem had moeten toestaan om het honorariumpercentage te wijzigen in 6,18%.

De Commissie is op grond van de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een kennelijke materiƫle fout die zich leent voor herstel en dat de door de ondernemer beoogde wijziging van het honorariumpercentage ook overigens zou leiden tot een ontoelaatbare wijziging van de inschrijving en verklaart de klacht ongegrond.