Advies 553: Niet alle beoordelingsaspecten vóór inschrijving bekendgemaakt

20 juli 2020
Publicatiedatum: 
donderdag, 20 augustus 2020

De klacht ziet op een meervoudig onderhandse procedure voor een overheidsopdracht voor diensten voor het bijstellen van het speelruimtebeleid van de aanbesteder.

Klachtonderdeel 1

De ondernemer klaagt dat de aanbesteder in strijd heeft gehandeld met het transparantiebeginsel door een scoremethodiek toe te passen waarbij gebruik is gemaakt van beoordelingsaspecten met een eigen wegingsfactor die vooraf niet aan de inschrijvers bekend zijn gemaakt.

De Commissie gaat allereerst in op het sub-subgunningscriterium ‘Plan van Aan-pak’. De Commissie constateert dat de aanbesteder in de offerteaanvraag is in-gegaan op de meeste beoordelingsaspecten van dit sub-subgunningscriterium. Naar het oordeel van de Commissie kon het voor alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers dan ook geen verrassing zijn dat hun inschrij-vingen op deze aspecten beoordeeld zouden worden. Het beoordelingsaspect ‘Overig’ is echter nieuw. Naar het oordeel van de Commissie heeft aanbesteder daarmee een nieuw beoordelingsaspect toegevoegd dat hij niet vooraf ter kennis van de inschrijvers heeft gebracht en handelt aanbesteder daarmee in strijd met de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. De Commissie oordeelt verder dat de na de inschrijving bekendgemaakte wegingscoëfficiënten van de beoordelingsaspecten de reeds bekendgemaakte weging van het sub-subgunningscriterium ‘Plan van Aanpak’ niet hebben gewijzigd. Nu aanbesteder echter achteraf het nieuwe beoordelingsaspect ‘Overig’ heeft toegevoegd, acht de Commissie klachtonderdeel 1 in zoverre gegrond.

Vervolgens gaat de Commissie in op het sub-subgunningscriterium ‘Kwaliteit en samenstelling team’. Naar het oordeel van de Commissie kon het voor alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers geen verrassing zijn dat hun inschrijvingen in het kader van het sub-subgunningscriterium ‘Kwaliteit en samenstelling team’ zouden worden beoordeeld op de beoordelingsaspecten ‘Kwaliteit’ en ‘Samenstelling’ (van het team). Naar het oordeel van de Commissie heeft aanbesteder geen nieuwe beoordelingsaspecten toegevoegd. In zoverre acht de Commissie klachtonderdeel 1 dan ook ongegrond.

De Commissie oordeelt verder dat de na de inschrijving bekendgemaakte wegingscoëfficiënten van de beoordelingsaspecten de reeds bekendgemaakte weging van het sub-subgunningscriterium ‘Kwaliteit en samenstelling team’ niet hebben gewijzigd. Ook is onvoldoende gesteld en ook niet gebleken dat de wegingscoëfficiënten van de beoordelingsaspecten elementen bevatten die, indien zij bij de voorbereiding van de inschrijvingen bekend waren geweest, de voorbereiding van de inschrijvingen hadden kunnen beïnvloeden of dat het na de bekendmaking van de sub-subgunningscriteria en hun weging vaststellen van de wegingscoëfficiënten van de beoordelingsaspecten discriminerend werkt jegens een van de inschrijvers. Daarmee acht de Commissie klachtonderdeel 1 ook in zoverre ongegrond. 2

Klachtonderdeel 2

De ondernemer klaagt over de beoordeling van zijn inschrijving zowel voor sub-subgunningscriterium ‘Plan van Aanpak’ als sub-subgunningscriterium ‘Kwaliteit en samenstelling team’. De ondernemer meent dat de aanbesteder bij de beoordeling te weinig punten aan zijn inschrijving heeft toegekend.

Bij de beoordeling van dit klachtonderdeel weegt de Commissie mee dat aanbesteder de inschrijvers beperkt ruimte heeft gegeven om invulling te geven aan deze sub-subgunningscriteria (slechts 3 respectievelijk 1 pagina A4 formaat).

Naar het oordeel van de Commissie kan de door de aanbesteder gegeven motivering de gunningsbeslissing op bepaalde onderdelen wel en op bepaalde onderdelen onvoldoende dragen. Daarmee acht de Commissie klachtonderdeel 2 gedeeltelijk gegrond.

Klachtonderdeel 3

Naar het oordeel van de Commissie heeft de aanbesteder de mededeling van de gunningsbeslissing onvoldoende gemotiveerd, aangezien de aanbesteder in het geheel niet ingaat op de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende in-schrijver. Daarmee acht de Commissie klachtonderdeel 3 gegrond.