Advies 551: Motivering gunningsbeslissing: ook relevante kenmerken winnende inschrijvingen vermelden

(10 oktober 2019)
Publicatiedatum: 
donderdag, 28 november 2019

Advies 551 | Samenvatting

De klacht ziet op een Europese openbare procedure voor een raamovereenkomst met twee ondernemers voor het leveren van deurwaardersdiensten. Geklaagd wordt dat de mededeling van de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd en dat de opschortende termijn van artikel 2.127 Aw 2012 daardoor nog niet is aangevangen.

De Commissie acht de klacht op de volgende punten gegrond.

Naar het oordeel van de Commissie dient aanbesteder in de motivering van de mededeling van de gunningsbeslissing zowel alle kenmerken als de relatieve voordelen van alle winnende inschrijvingen mee te delen. De aanbesteder heeft ten onrechte niet tevens alle kenmerken en relatieve voordelen van de als eerste geëindigde inschrijver aan de ondernemer bekendgemaakt.

Ook oordeelt de Commissie dat de aanbesteder ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom de als tweede geëindigde inschrijver beter heeft gescoord op een bepaald kwalitatief subgunningscriterium. De Commissie acht het niet aannemelijk dat de aanbesteder geen enkele nadere inhoudelijke motivering kan verstrekken zonder schending van de gerechtvaardigde commerciële belangen van één van de winnende inschrijvers.

Naar het oordeel van de Commissie heeft de aanbesteder verder ten onrechte geen inzage gegeven in de relevante kenmerken van de winnende inschrijvers op onderdelen waarop deze gelijk aan of lager dan de ondernemer hebben gescoord. Een aanbestedende dienst zal namelijk ook de relevante kenmerken van de winnende inschrijvingen bekend moeten maken, voor zover dat voor de afgewezen inschrijver nodig is om te kunnen beoordelen of het aanhangig maken van een juridische procedure zinvol is. Deze relevante kenmerken kunnen ook zien op onderdelen waarop de winnende inschrijvers gelijk aan of lager dan de afgewezen inschrijver hebben gescoord.

Ook oordeelt de Commissie dat de aanbesteder ten onrechte niet de gewogen gemiddelde provisiepercentages en de scores op prijs van de winnende inschrijvingen heeft bekendgemaakt. De Commissie acht het niet aannemelijk dat aanbesteder de rechtmatige commerciële belangen van de winnende inschrijvers zou schaden indien hij de gewogen gemiddelde provisiepercentages en de scores op prijs van de winnaars bekend zou maken. Aangezien er voor vier categorieën een provisiepercentage wordt gevraagd, kunnen de afzonderlijke provisiepercentages immers niet worden achterhaald op basis van de scores op prijs of de gewogen gemiddelde provisiepercentages.

De Commissie acht de klacht ongegrond, voor zover is geklaagd dat de aanbesteder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de inschrijving van de ondernemer niet de maximale score heeft behaald voor bepaalde kwalitatieve subgunningscriteria. Nu de aanbesteder geen relevante en onderscheidende meerwaarde voor deze subcriteria in de inschrijving van de ondernemer heeft geconstateerd, behoefde de mededeling van de gunningsbeslissing op dat punt gelet op de bekendgemaakte beoordelingsmethodiek geen nadere motivering.

Ten slotte acht de Commissie de klacht ongegrond voor zover is geklaagd dat de opschortende termijn nog niet is aangevangen vanwege de gebrekkige motivering van de gunningsbeslissing. De aanbesteder heeft immers wel enkele inhoudelijke redenen voor de afwijzing gegeven waarmee naar het oordeel van de Commissie geen sprake is van een geval waarin de ondernemer volstrekt geen houvast had om te kunnen beoordelen of het aanhangig maken van een juridische procedure zinvol is.

Ten overvloede vraagt de Commissie zich in het licht van de ratio van artikel 2.130 Aw 2012 af of bij een relatieve beoordeling de namen, kenmerken en relatieve voordelen van alle inschrijvers bekend zouden moeten worden gemaakt, aangezien ook de beoordeling van de inschrijvers die lager scoren dan de afgewezen inschrijver invloed kan hebben op de rangorde van de afgewezen inschrijver.