Advies 550: Niet transparant dat sprake was van een meervoudig onderhandse procedure

17 juli 2020
Publicatiedatum: 
donderdag, 20 augustus 2020

De klacht ziet op een meervoudig onderhandse procedure voor een overheidsopdracht voor diensten voor het geven van een training en begeleiding zelfstandig ondernemerschap voor statushouders.

Klachtonderdeel 1

De ondernemer klaagt dat het niet transparant was dat er door de aanbesteder een meervoudig onderhandse procedure werd gehouden. De aanbesteder voert aan dat de ondernemer te laat klaagt over de offerteaanvraag en de voorwaarden die daaruit voortvloeiden. De Commissie onderzoekt daarom eerst of de onderne-mer klachtonderdeel 1 tijdig bij de aanbesteder onder de aandacht heeft gebracht. Naar het oordeel van de Commissie heeft de ondernemer voldoende proactief ge-handeld. De ondernemer kon klachtonderdeel 1 naar zijn aard niet eerder naar voren brengen, aangezien ondernemer juist klaagt dat voor hem onduidelijk was dat er een meervoudig onderhandse procedure werd gestart.

Inhoudelijk oordeelt de Commissie als volgt. Indien een aanbestedende dienst een aanbestedingsprocedure organiseert, dient dat duidelijk uit de aanbestedingsstukken te blijken. Naar het oordeel van de Commissie had de aanbesteder in de schriftelijke uitnodiging tot het doen van een inschrijving dus duidelijk moeten maken dat ook andere ondernemingen in de gelegenheid werden gesteld een inschrijving in te dienen. Nu de aanbesteder dat heeft nagelaten, heeft hij naar het oordeel van de Commissie in strijd gehandeld met het transparantiebeginsel. Daarmee acht de Commissie klachtonderdeel 1 gegrond.

Klachtonderdeel 2

In klachtonderdeel 2 klaagt de ondernemer dat de aanbesteder ten onrechte geen gunningscriteria en geen beoordelingssystematiek heeft bekendgemaakt. Naar het oordeel van de Commissie heeft de ondernemer ook in dit kader voldoende proac-tief gehandeld. De ondernemer kon ook dit klachtonderdeel naar zijn aard niet eerder naar voren brengen. Indien het voor de ondernemer niet duidelijk behoefde te zijn dat er een meervoudig onderhandse procedure werd gestart, behoefde hij ook niet te klagen dat er geen gunningcriteria en geen beoordelingssystematiek bekend was gemaakt.

Inhoudelijk oordeelt de Commissie als volgt. Het is de Commissie niet gebleken dat de aanbesteder in het kader van de offerteaanvraag een objectief beoordelings- en gunningssysteem – hoe basaal ook – aan ondernemer kenbaar heeft gemaakt. Ook daarmee heeft de aanbesteder naar het oordeel van de Commissie in strijd gehandeld met zijn verplichting om transparant te handelen. De Commissie acht ook klachtonderdeel 2 gegrond.

Klachtonderdeel 3

In het kader van klachtonderdeel 3 klaagt de ondernemer dat hem geen rechtsbescherming is geboden na de mededeling van de gunningsbeslissing. Nu de aanbesteder geen opschortende termijn in die mededeling heeft opgenomen, heeft aanbesteder naar het oordeel van de Commissie aan ondernemer een effectieve 2 rechtsbeschermingsmogelijkheid onthouden. Ook klachtonderdeel 3 acht de Commissie daarmee gegrond.

Klachtonderdeel 4

In klachtonderdeel 4 klaagt de ondernemer dat de aanbesteder de inschrijving van de ondernemer ten onrechte heeft afgewezen voordat de aanbesteder daarvan kennis heeft kunnen nemen. De aanbesteder heeft in dit kader aangevoerd dat bij het maken van de afwijzingsbrief abusievelijk een oude datum in de aanhef is blij-ven staan. De Commissie gaat er vanuit dat de aanbesteder de afwijzingsbrief pas heeft opgesteld na kennisneming van de inhoud van de inschrijving van de ondernemer. Dit blijkt uit de inhoud van de afwijzingsbrief waarin de door de ondernemer geoffreerde prijs is vermeld. Anders dan de ondernemer stelt, is zijn inschrijving dus niet afgewezen voordat de aanbesteder daar kennis van had kunnen nemen. De Commissie acht klachtonderdeel 4 dan ook ongegrond.

Klachtonderdeel 5

In klachtonderdeel 5 vraagt de ondernemer zich af of het financiële kader, waar-binnen een inschrijving moest worden uitgebracht, voldoende transparant was voor de andere inschrijvers. De Commissie heeft onvoldoende reden om te twijfelen aan de stelling van de aanbesteder dat een document met daarin het financiële kader aan alle uitgenodigde ondernemingen is toegestuurd. Daarmee acht de Commissie klachtonderdeel 5 ongegrond.

Klachtonderdeel 6

In dit klachtonderdeel klaagt de ondernemer dat de aanbesteder zijn klacht niet goed heeft afgehandeld. De Commissie is – in lijn met haar eerdere adviezen op dit punt – van oordeel dat de wijze waarop een aanbestedende dienst omgaat met een klacht die bij hem is ingediend weliswaar als een handelen of nalaten van die aanbestedende dienst kwalificeert, maar niet als een handelen of nalaten dat bin-nen de werkingssfeer van de Aanbestedingswet 2012 valt. De Commissie neemt dit klachtonderdeel derhalve niet in behandeling.